blijf op de hoogte!
blijf op de hoogte!
Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief
Dit natuurgebied wordt wel de 'Serengeti van Zuid-Amerika' genoemd
19 personen hebben dit op hun Bucket List staan.
7 personen zijn hier geweest
Los Llanos is een immens moerasgebied in het zuiden van Venezuela en het noorden van Colombia. In het regenseizoen overspoelt de Orinoco-rivier het gebied maandenlang. Dit is het leefgebied van de llaneros, dit zijn keiharde cowboys die het vee mennen. Maar dit is ook het leefgebied van opvallend veel wilde dieren. Dit zijn de beste tips om Los Llanos te bezoeken.
De naam Los Llanos betekent ‘de vlaktes’. Het gebied bestaat uit een uitgestrekt laagland tussen de Andes in het westen en het Guiana Schild in het oosten, waar ook de tafelbergen van Roraima liggen.
Het totale gebied wordt meestal geschat op ongeveer 500.000 tot 600.000 km², verdeeld over Venezuela en Colombia. Het vangt regenwater op uit de omliggende bergen, dat via de Orinoco en haar vele zijrivieren langzaam wordt afgevoerd.
In het regenseizoen, van ongeveer mei tot oktober, staan grote delen van het gebied onder water. In het droge seizoen verandert hetzelfde landschap in een open savanne met waterplassen waar dieren zich verzamelen. Juist die extreme overgang maakt Los Llanos zo bijzonder.
De lijst met dieren is ongekend groot. Maar wat je bijna altijd wel ziet zijn deze: capibara (grootste knaagdier ter wereld), brilkaaiman, groene anaconda, brulapen, diverse soorten schildpadden en ongekend veel vogels. Waaronder de hoatzin, wat een mix lijkt van een vogel en een reptiel. Ook zul je diverse soorten reigers, slangehalsvogels, maar ook ooievaars, ibissen en veel watervogels spotten. En de holenuil, die vaak op wacht staat op de grond.
Als je hier bent heb je ook een kans op hele bijzondere dieren. Waaronder de reuzenmiereneter, kleine miereneter en de jaguar. Dit roofdier wordt hier af en toe gezien. Dit geldt ook voor de zeldzame Orinocokrokodil, die alleen in dit deel van de wereld voorkomt. De roze rivierdolfijn is een opvallende verschijning en komt voor in het Orinoco-bekken. Deze soort kan tot ongeveer 2,5 meter lang worden en staat bekend om zijn nieuwsgierige gedrag.
De rivieren van Los Llanos zijn rijk aan leven. Je vindt hier piranha’s, sidderalen en pijlstaartroggen, naast vele andere soorten. Zwemmen wordt afgeraden, vanwege de aanwezigheid van kaaimannen en andere dieren. Vissen is wel mogelijk en vormt voor veel locals een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven.
Los Llanos ligt in zowel Colombia als Venezuela, en beide delen hebben een eigen karakter. Vanwege de situatie in Venezuela wordt reizen naar het land afgeraden. Wel staat het Venezolaanse deel bekend om de grootste concentratie wildlife en de klassieke llanero-cultuur. Hier vind je bekende hatos zoals Hato El Cedral, waar je verblijft en dagelijks excursies maakt.
Het Colombiaanse deel beslaat een groot gebied in departementen zoals Casanare, Meta en Arauca. Dit deel is minder toeristisch ontwikkeld, maar daardoor rustiger en authentieker. Villavicencio is de belangrijkste toegangspoort, op ongeveer drie uur rijden van Bogotá. Vanuit plaatsen zoals Yopal bereik je verschillende hatos waar je safari’s kunt doen, te voet, per jeep of te paard.
Een dag in Los Llanos draait om het ritme van de natuur. Je begint vroeg, vaak nog voor zonsopkomst, wanneer de temperatuur aangenaam is en de dieren het meest actief zijn. Met een gids trek je eropuit, te voet, per jeep of te paard, op zoek naar wildlife zoals capibara’s, kaaimannen en vogels. Na een paar uur keer je terug voor ontbijt en rust, want midden op de dag is het heet en stil in de savanne.
In de namiddag ga je opnieuw op pad, wanneer het licht zachter wordt en dieren weer tevoorschijn komen. Tegen zonsondergang zit je vaak ergens in het veld of langs het water, met uitzicht over de vlaktes terwijl de geluiden van de natuur langzaam veranderen.
’s Avonds is er tijd om te eten, verhalen te delen en soms nog een korte nachtsafari te doen, waarbij je met een zaklamp op zoek gaat naar ogen die oplichten in het donker.
De llaneros worden gezien als de oudste cowboys van Zuid-Amerika, ouder zelfs dan de bekende gaucho’s uit Argentinië. Deze mannen staan bekend om hun harde leven en enorme doorzettingsvermogen. De Venezolaanse vrijheidsstrijder Simón Bolívar zette hen in tijdens zijn onafhankelijkheidsstrijd en roemde hun kracht en uithoudingsvermogen. Hun reputatie reikte uiteindelijk ver buiten het continent.
Het landschap waarin de llaneros leven is allesbehalve eenvoudig. Landbouw is hier vrijwel onmogelijk, waardoor alleen een aangepaste vorm van veeteelt mogelijk is, met koeien die bestand zijn tegen extreme omstandigheden. Niet de droogte vormt het grootste probleem, maar juist het regenseizoen. Van mei tot november valt er meer dan een meter regen, waardoor rivieren buiten hun oevers treden en de vlaktes veranderen in een uitgestrekt moeras. De dieren worden naar hogere delen gebracht, maar moeten vaak nog steeds hun voedsel zoeken in het water.
In Los Llanos bepaalt het water het ritme van het leven. Wat op het eerste gezicht een leeg en ruig landschap lijkt, verandert in bepaalde periodes in een explosie van leven. Voor natuurliefhebbers is dit een van de meest bijzondere plekken van Zuid-Amerika. Wie hier rondreist, ziet hoe mens en dier zich aanpassen aan een omgeving waar overleven centraal staat.
Dat maakt Los Llanos tot een van de laatste echte wildernissen op aarde. De rivieren zitten vol met meer dan 1.000 soorten vis, waaronder pijlstaartroggen en sidderalen. Daarnaast leven hier honderden vogelsoorten, tientallen zoogdieren en verschillende reptielen. Ook de groene anaconda, een van de grootste slangen ter wereld, hoort hier thuis en wordt regelmatig gezien.
Wie de tijd neemt en op excursie gaat, ontdekt al snel hoe rijk dit gebied is. Het lijkt misschien leeg, maar juist in die openheid zie je hoe het leven zich hier afspeelt, vaak dichterbij dan je zou verwachten.
Los Llanos kent feitelijk maar twee seizoenen, die beide extreem zijn.
Droge seizoen
Het droge seizoen is van december tot en met april, waarin de rivieren net voldoende water hebben voor de dieren om te overleven. In deze tijd is het eenvoudig om veel dieren en de vogels te zien. Ze verzamelen zich massaal rond de overgebleven poelen. De temperatuur is dan zo’n 30 tot 35 graden. Dit is het hoogseizoen voor toeristen.
Natte seizoen
De regentijd loopt ruwweg van mei tot en met november. Omdat de savanne groen en weelderig is valt het spotten van dieren niet mee. Maar dit is ook de paringstijd voor veel dieren, wat bijzondere beelden oplevert. En je kunt opvallend dichtbij veel dieren komen.
En dit is ook de woeste tijd, als immense onweersbuien over drijven en rivieren buiten hun oevers treden. Wie het gebied echt wil begrijpen, moet eigenlijk beide seizoenen zien.